Schakelen

Gepubliceerd op 26 februari 2026 om 13:16

Iedere ouder herkent het wel. Je kind speelt op zijn kamer en dan zeg je: ''We gaan zo eten''. En ineens ontstaat er weerstand, boosheid, tranen of discussie. 

Waarom zijn overgangsmomenten zo lastig voor kinderen? Maar belangrijker nog: hoe kun je hier als ouder het beste mee omgaan? 

Overgangsmomenten zijn alle momenten waarop een kind moet schakelen van de ene naar de andere situatie. Bijvoorbeeld, van spelen naar eten, van thuis naar school of van tv kijken naar naar bed gaan. Voor volwassenen lijken dit kleine veranderingen, voor kinderen zijn het vaak echte overgangen. 

 

Waarom is zijn overgangen moeilijk voor kinderen? 

Het brein van een kind is nog volop in ontwikkeling, vooral het deel dat helpt bij plannen, stoppen en schakelen. Voor ons is het even stoppen, voor een kind is het abrupt afbreken. 

Kinderen kunnen zich daarnaast enorm concentreren op hun spel, dit beleven ze vaak intens. Wanneer je dit onderbreekt voelt dat als verlies. 

Overgang betekend verandering. En een verandering kan spanning opleveren. Vooral bij kinderen die gevoelig zijn. 

Als een kind moe of hongerig is worden overgangen extra lastig omdat emoties dan sneller boven komen. 

 

Een overgang vraagt 3 dingen van een kind: stoppen met wat je doet, mentaal schakelen en beginnen aan iets nieuws. Dat is veel gevraagd. Wanneer dit niet soepel verloopt zie je gedrag als boosheid, huilen treuzelen of discussie ontstaan. 

 

Hoe kun je als ouder helpen in deze situaties?

- Kondig de overgang aan, dat betekend bereid je kind voor. Over 10 min is het bedtijd. Of nog twee keer schommelen en dan gaan we naar huis. ''Nu gaan we naar bed'' is vaak niet helpend. 

- Maak het voorspelbaar. Vaste routines geven rust en veiligheid voor het kind. Dit is vooral helpend bij bedtijd situaties. Houd altijd een zelfde volgorde aan: eten-douchen-pyama-boekje-slapen. 

- Verbind voor je corrigeert. Maak contact met je kind. ''Ik zie dat je nog fijn aan het spelen bent'' of ''leg eens uit wat je aan het doen bent''. ''Het is lastig om te stoppen he?'' Wanneer een kind zich gezien voelt, vermindert vaak de strijd. 

- Geef een keuze. Keuze geeft een gevoel van autonomie. Belangrijk hierbij is dat je een keuze geeft in hoe het gebeurt niet of het gebeurt. ''Wil je zelf naar boven lopen of zal ik je dragen?'' 

- Probeer rustig te blijven, ook als het niet lukt. Overgangsmomenten zijn oefenmomenten. Soms lukt het en soms niet. Kinderen leren emotieregulatie niet doordat altijd alles goed gaat, maar doordat jij rustig blijft wanneer het moeilijk wordt. 

 

Weerstand is niet altijd tegenwerking, maar veelal een signaal van het kind. Een signaal van moeheid, overprikkeling, onzekerheid of behoefte aan nabijheid. Wanneer we gedrag zien als communicatie verandert onze reactie. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.