Je herkent het vast wel, het vriendje of vriendinnetje van je kind komt spelen na de vakantie en je stelt de vraag; “Heb je een fijne vakantie gehad?”
''Nou we hadden een super kleine campingplek, ik moest alleen maar de afwas doen met mijn vader en we moesten verplaatsen naar een andere plek''. ''Ow, dat is niet fijn'' antwoordde ik. Ehm en was er ook iets leuks? En gelukkig was dat zeker ook het geval.
Maar waarom vertellen kinderen vaak de negatieve gebeurtenissen van de vakantie?
Dat zit zo: ons brein heeft namelijk een bijzondere eigenschap: negatieve gebeurtenissen blijven vaak sterker bij ons hangen dan positieve gebeurtenissen.
Ons brein is alert op gevaar
Dit heeft alles te maken met hoe ons brein zich door de evolutie heen heeft ontwikkeld. In de oertijd was het ontzettend belangrijk om gevaar snel op te merken en te onthouden. Een positieve ervaring, zoals het vinden van lekker eten of een mooie plek, was fijn. Maar het onthouden van een gevaarlijke situatie kon letterlijk van levensbelang zijn.
Ons brein heeft daarom een soort negativiteitsbias: we zijn van nature extra gevoelig voor wat spannend, vervelend of bedreigend is. Dat zie je niet alleen bij volwassenen, denk maar aan een vervelende opmerking van een collega die de gehele dag in je hoofd blijft malen, maar dus ook bij kinderen.
Een kind kan dus een hele dag plezier hebben gehad, heerlijk hebben gespeeld en prachtige herinneringen hebben gemaakt, maar zich bij de vraag “Wat vond je leuk?” ineens vooral herinneren dat het ergens gevallen is of ruzie had met zijn broer of zus.
Was het dan echt zo vervelend?
Vaak niet! Het is goed om te beseffen dat wat een kind benoemt, niet altijd een afspiegeling is van hoe het iets als geheel heeft ervaren. Wanneer je kind zegt: “de vakantie was stom, want het regende.” hoeft dat niet te betekenen dat de hele vakantie stom was. Misschien waren er wel prachtige momenten, maar springt juist dat ene vervelende moment als eerste in het geheugen naar voren. Als ouders kunnen we dan soms de neiging hebben om meteen te reageren: “Je hebt toch zo leuk gespeeld?”
“En weet je nog hoe gezellig we samen hebben gegeten?”. En hoewel dat logisch is, kan het fijner zijn om eerst ruimte te geven aan wat je kind vertelt.
Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: “Ja, dat vond je echt vervelend hè? Wat vond je nog meer niet leuk?” En wanneer je kind is uitgepraat: “En was er ook iets wat je wél heel leuk vond?”
Zo help je je kind om niet alleen het negatieve, maar ook de positieve ervaringen weer terug te halen. Je hoeft het negatieve dus niet weg te poetsen.Tegelijkertijd kun je je kind helpen om het hele verhaal te zien. Want een fijne vakantie kan óók een vakantie zijn waarin het een keer regende, er ruzie was, iemand viel of het eten tegenviel.
Een mooie gedachte om mee te nemen
Zo leren kinderen stap voor stap dat een ervaring uit meerdere kanten kan bestaan. Dat iets vervelend kan zijn én toch een fijne dag kan opleveren.
En misschien geldt dat eigenlijk net zo goed voor ons als volwassenen!
Reactie plaatsen
Reacties